Ga naar inhoud

Dataviews beheren

In deze sectie leer je meer over het beheren van dataviews: bewaren, beschrijven, delen en dupliceren.

Dataviews bewaren§

Dataviews gedragen zich wat ongewoon binnen Yesplan omdat ze niet automatisch opgeslagen worden: eens je er één aangemaakt hebt, moet je de wijzigingen altijd expliciet bewaren door te klikken op “Bewaar”. Dit heeft als voordeel dat je kan experimenteren in een dataview en dat Yesplan je wijzingen dan niet automatisch opslaat in de achtergrond.

Je kan steeds een kopie van de dataview bewaren door op “Bewaar als…” te klikken en een naam te kiezen. Je kan dataviews ook dupliceren op de overzichtspagina (zie Een nieuwe dataview maken).

Dataviews beschrijven§

Het doel van een dataview is niet altijd makkelijk in een naam samen te vatten. Je kan daarom ook een beschrijving toevoegen.

Op de overzichtspagina:

  • Klik op de knop met drie puntjes naast de naam van de dataview.
  • Kies “Wijzig beschrijving” in het contextmenu.
  • Pas de beschrijving aan en klik op “OK”.

In de dataview zelf:

  • Klik op het informatie-icoontje naast de naam van de dataview om het detailvenster te openen.
  • Vul de beschrijving in.
  • Sluit het detailvenster.

Bij een zoekopdracht in de overzichtspagina van dataviews worden zowel de titel, eigenaar als de beschrijving doorzocht. Een beschrijving gebruiken helpt dus om makkelijk de juiste dataview terug te vinden.

Dataviews delen§

Dataviews zijn in eerste instantie enkel zichtbaar voor jezelf en beheerders. Om ze zichtbaar te maken voor andere gebruikers of gebruikersgroepen, moet je ze delen.

Op de overzichtspagina:

  • Klik op de knop met drie puntjes naast de naam van de dataview.
  • Kies “Deel” in het contextmenu.

In de dataview zelf:

  • Klik op de de tekst “Niet gedeeld” of “Gedeeld met n gebruikers” naast de naam van de eigenaar.

In het infovenster kan je de dataview delen met een andere gebruiker of gebruikersgroep:

  • Klik op “Voeg gebruikersgroep of gebruiker toe”.
  • Vul in het zoekveld de naam van de gebruiker of groep in.
  • Klik op de gewenste gebruiker of groep in de suggesties.
  • Kies wat de gebruiker kan doen met de dataview.

Volgende opties zijn beschikbaar bij het delen van een dataview:

  • Kan bekijken

    • de dataview bekijken
    • parameters invullen
    • als de gebruiker iets anders wijzigt, moet de dataview gedupliceerd worden (bijvoorbeeld via “Bewaar als”).
  • Kan wijzigen

    • alle acties onder ‘Kan bekijken’
    • de dataview wijzigen en bewaren zonder dupliceren: filters, kolommen, parameters, naam en beschrijving.
  • Kan wijzigen en verwijderen

    • alle acties onder ‘Kan wijzigen’
    • de dataview verwijderen.
  • Eigenaar maken

    • alle acties onder ‘Kan wijzigen en verwijderen’
    • de dataview delen.

Dataviews gebruiken§

Eens een dataview voldoet aan je wensen, kan je er gegevens mee opvragen en ze inspecteren. Met de knop “Exporteer” bewaar je ze lokaal als een Excel-bestand.

Gegevens opvragen§

Als de dataview parameters bevat, kan je die invullen door te klikken op “Parameters invullen”. Je kan dan de gewenste waarden invoeren in de blauwe velden en klikken op “Toon resultaten”. De tabel zal al de gegevens bevatten die voldoen aan de filters.

Sorteer de tabel volgens de inhoud van een kolom door op de driehoekjes in de kolomtitel te klikken. Klik op de linker- of rechterrand van een kolomtitel en sleep de muisaanwijzer om de kolom breder of smaller te maken.

Gegevens inspecteren§

Er zijn verschillende manieren om gegevens in de tabel te inspecteren:

  • Klik dubbel op een rij om het infovenster voor het object van die rij te openen of klik rechts op een rij en kies “Toon Info”
  • Als een waarde in een kolom in het blauw verschijnt, dan kan je erop klikken om een infovenster te openen.